Herdenking 60 jaar 1956 in Den Haag zondag 23 oktober 2016

De Hongaarse Federatie in Nederland viert dit jaar de zestigste verjaardag van de Hongaarse Opstand van 1956. Traditiegetrouw is er om de vijf jaar een grote herdenking. Dit keer was deze in Den Haag, precies op 23 oktober, de dag van het uitbreken van de revolutie in 1956. Verderop vindt het het programma en daarvoor eerst het verslag van Tim Baas.

Foto- en filmverslag van de Herdenkingsbijeenkomst
De foto's gemaakt door Wim Kersbergen van Most Magyarul! Hongarije Magazine staan in dit album op facebook. Edwin van Schie maakte een filmverslag, dat u kunt bekijken op YouTube.

Opa Miklós Tóth (oud-bestuurslid Hongaarse Federatie met kleindochter Valentina Tóth (pianiste)

Bijzondere herdenking 60 jaar 1956 staat in het teken van de vrijheid

door Tim Baas
‘God heeft u gebracht naar Nederland’ – ‘Isten hozott benneteket Hollandiában
60 jaar geleden – op 23 oktober 1956 –  kwamen Hongaarse studenten aan de Technische Universiteit van Boedapest in opstand. Geïnspireerd door de gebeurtenissen in Polen probeerden ze de status quo in het stalinistische Hongarije te doorbreken. Al snel gloorde er hoop. Binnen én buiten Hongarije.
In het najaar van 1956 was Hongarije, in het bijzonder Boedapest, het episch centrum van de wereld. ‘Er is revolutie gaande!’, observeerde het Westen en zou ruim 200.000 vluchtelingen opvangen.
De Sovjettanks maakten echter op brute wijze een einde aan de Hongaarse Opstand. Op 4 november begon een ongelijke militaire strijd en werd de status quo alweer snel hersteld.
Toch zou de overwinning voor de gezaghebbers een valse zijn. 1956 zou een keerpunt in de geschiedenis worden en het begin van de val van het communisme in 1989 vormen. Dankzij de Hongaarse Opstand bleek het communisme niet onfeilbaar. Een eerste afbrokkeling was door de Hongaren ingezet.

60 jaar later stond de wereld stil bij 1956. De Hongaarse Opstand symboliseert het belang van de vrijheid. In de Kloosterkerk aan het Lange Voorhout in Den Haag organiseerde de Hongaarse Federatie in Nederland een herdenkingsbijeenkomst van de Hongaarse revolutie en vrijheidsstrijd. Op 23 oktober – een van de drie nationale feestdagen in Hongarije! – werd teruggekeken op toen en nu. Aan de hand van toespraken, persoonlijke herinneringen en muziek bleek 1956 springlevend te zijn.
Vier sprekers beschouwden de rol van vrijheid in 1956. Of eigenlijk het gebrek aan vrijheid. Zo gaf Kocsis András (ambassadeur van Hongarije in Nederland) aan dat het Hongaarse volk massaal in opstand kwam. De boodschap was kraakhelder: NEE tegen de stalinistische staatsvorm. Jong en oud, uit alle lagen van de bevolking, gingen de straat op omwille van de vrijheid. Op het Kossuthplein bij het Parlementsgebouw - nu het symbool van 1956 - streden ze voor de vrijheid van onze kinderen, gaf de ambassadeur aan. 

De tweede spreker was Bert Koenders (PvdA). De minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders, minister van Buitenlandse Zakenroemde in zijn diplomatieke toespraak Triomf van de vrijheid het dappere optreden van de vrijheidsstrijders. Nederland had én heeft een groot respect voor het offer dat zij brachten. De Hongaarse Opstand maakt nog steeds deel uit van ons collectieve geheugen. De strijd ging verloren, maar de geest waart nog rond. Koenders analyseerde dat 1956 het prille begin was naar 1989. ‘Een lange reis naar het hart van Europa.’
Hij maakte ook een koppeling met nu. ‘U weet als geen ander hoe fragiel vrijheid is,’ zei Koenders tegen de Hongaarse gemeenschap in Nederland.  23 oktober is een emotioneel en markerend moment, een eerbetoon aan de vrijheidsstrijders. Koenders benadrukte daarom de gewichtige taak van de Hongaarse gemeenschap om het belang van de vrijheid aan nieuwe generaties door te geven. In Europa heerst vrede, veiligheid en welvaart, maar aan de buitengrenzen domineren slepende conflicten. Net zoals in 1956 staat Europa op een keerpunt.

Namens het Hongaarse kabinet was Potápi Árpád János aanwezig in de Kloosterkerk. Hij is de staatssecretaris voor Hongaarse Zaken in het buitenland. In zijn toespraak herinnerde hij eraan hoe het in 1956 in Boedapest gewone jongeren waren geweest die met hun spontane acties ‘bergen verzetten’ en de revolutie in gang zetten. Ook  noemde Potápi ook een opmerkelijk protest van Nederland destijds. In november 1956 vonden de Olympische Spelen in Melbourne plaats. Vanwege de Russische inval werden de Nederlandse sporters door het Nederlands Olympisch Comité (NOC) teruggeroepen.  Het NOC toonde zo zijn protest tegen het militaire ingrijpen van de Sovjets. Hij gaf zijn blijk van waardering voor deze houding. Nederland stond immers aan de kant van de vrijheidsstrijders.

De laatste spreker was een Hongaarse vluchteling van 1956 die het uiteindelijk tot staatssecretaris van Landbouw in het kabinet Lubbers III zou schoppen. Gábor Dzsingisz vertelde in zijn verhaal Stem van een vluchteling dat hij op de vlucht ging in een vrachtwagen nadat het Rode leger met grof geweld Hongarije was binnengevallen.
Hij gaf aan dat 1956 geen revolutie was, maar een vrijheidsstrijd die eigenlijk al begonnen was in 1526 bij Mohács met de strijd tegen de Ottomanen en later de Habsburgers. Een hoogtepunt van die laatste strijd is natuurlijk de opstand van 15 maart 1848. Zowel in 1848 als in 1956 werd om dezelfde rechten gestreden zoals een democratie, een rechtsstaat, mensenrechten, vrijheid van meningsuiting, persvrijheid en vrije verkiezingen. Ook in 1848 was de tol hoog en gold een ongelijke militaire strijd.
Het Nederlandse Koninklijk Huis was duidelijk begaan met de vluchtelingen. In de Jaarbeurs Utrecht werd Dzsingisz door koningin Juliana hartelijk welkom geheten. Potápi had al in zijn toespraak de warme ontvangst van Juliana aangevuld met een mooi citaat van haar. In het Hongaars zei de vorstin tegen de vluchtelingen: ‘U bent welkom. God heeft u gebracht naar Nederland’.  ‘Isten hozott benneteket Hollandiában.’ Prinses Beatrix gaf in een kerstgroet aan dat de vluchtelingen zich hopelijk thuis zouden voelen. Ook prinses Wilhelmina stuurde hun een kerstgroet.
Dzsingisz was de Nederlandse bevolking zeer erkentelijk voor de barmhartige opvang. In Nederland vonden de Hongaarse vluchtelingen een warm huis en een tweede vaderland. Op een internaat in Nijmegen kwam hij in de schoolbanken terecht – hij was toen 16 jaar. Hard werken was het devies.

Time Magazine op muur Budapest geschilderdAmbassadeur Kocsis benadrukte in zijn verhaal al eerder de snelle integratie van de Hongaarse vluchtelingen in Nederland. Koenders onderstreepte de vaste wil van de vluchtelingen destijds om een nieuw leven in Nederland te beginnen, ‘uw nieuwe vaderland’. De komst van de Hongaren was een verrijking van onze cultuur. ‘Daar zijn wij u dankbaar voor.’ 


De opstandelingen zouden uiteindelijk als heldhaftige vrijheidsstrijders de geschiedenisboeken ingaan. Dat gebeurde zelfs al spoedig. Het Amerikaanse weekblad Time koos in januari 1957 de Hongaarse vrijheidsstrijder tot Man van het jaar 1956. In Boedapest, in het VII-ste district is de voorkant van deze Time Magazine krachtig geschilderd.

1956 was allesbehalve een voetnoot in de geschiedenis. Het is goed om daar jaarlijks bij stil te staan. Vrijheid is namelijk, 60 jaar later, niet vanzelfsprekend.

Tim Baas

Naschrift redactie:  in ons artikel hebben we de prachtige muzikale omlijsting verzorgd door tal van Hongaarse en Hongaars-Nederlandse koren, zangeres en musici  buitenbeschouwing gelaten.  Als u er een indruk van wilt hebben hoe pianiste Valentina Tóth, het Hongaars koor Amsterdam, solisten Éva Szalai (piano), Gábor Bálint en Katalin Kovács (zang), en het Hongaarse koor Den Haag klonken, bekijk dan de film gemaakt door Edwin van Schie. Ook de serie foto’s, gemaakt door fotograaf Wim Kersbergen, waarvan er een paar bij dit artikel staan, kunt u online bekijken.

In de film ziet en hoort u ten slotte ook nog het op gloedvolle wijze gedeclameerde dramatische gedicht van Sándor Mária, Mennyből az angyal, tevens de beginwoorden van het bekendste Hongaarse kerstlied.

Programma en lokatie:
Kloosterkerk
Lange Voorhout 4, 2514 ED Den Haag.

Valentina TóthOpeningstoespraak
Urbán Ákos, voorzitter van de Hongaarse Federatie Nederland
Ceremonie Hongaarse Verzetsvlag 1956, Hongaars en Nederlands volkslied

Welkomstwoord
Kocsis András, Ambassadeur van Hongarije in Nederland

Muziek
Tóth Valentina, piano: Ligeti György, Arc-en-ciel; Bartók Béla, Csíki Táncok

 

Toespraak Nederland
Bert Koenders
, Minister van Buitenlandse Zaken

Hongaars Koor Amsterdam
m.m.v. dirigent Burján Orsolya:
Kodály Zoltán, A Magyarokhoz
Kodály Zoltán, Ének Szent István királyhoz
Karai József, Új regősének
Kodály Zoltán, Esti Dal

Hongaars Koor AmsterdamToespraak Hongarije
Potápi Árpád János, staatssecretaris voor Hongaarse zaken in het buitenland

Muziek
Bálint Gábor, zang & Szalai Éva, piano:
Kodály Zoltán: Háry János, A jó lovas katonának & Erkel Ferenc: Bánk Bán, Hazám, hazám te mindenem

Stem van een vluchteling
Gábor Dzsingisz, voorzitter van Vluchtelingenwerk Nederland en oud-staatssecretaris voor Landbouw

Gedicht:
Márai Sándor,: Mennyből az angyal, Hoeks Györky Zsuzsa

Muziek
Hongaars korr en orkest Den Haag m.m.v. dirigent Hegyi Barnabás en Kovács Katalin, koordirectie: Selmeczi György, Milléneumi Óda

Wegdragen van de Verzetsvlag
Sluiting

Urbán Ákos

Na afloop receptie aangeboden door de Hongaarse Ambassade en de Hongaarse Federatie in Nederland.